De kracht van het menselijk geweten

images

 

 

Geweten bestáát en spreekt op onverwachte momenten. In een prachtige vertelling van Konstantin Paustovskij staat daarvan een ontroerend voorbeeld. In dit verhaal wordt beschreven hoe iemand in een situatie terecht komt die zo schrijnend is, dat hij ondanks zijn aanvankelijke opportunistische motieven, naar zijn geweten móet luisteren en uit compassie levensreddend optreedt. Door toedoen van de verteller bovendien, was die situatie er bijna niet geweest. Wat maakt dat iemand naar zijn geweten moet luisteren? Het blijft een intrigerende vraag. Lees dit fragment, en je voelt meteen waarom.

Maar de kracht van het menselijk geweten is toch zó groot, dat men het geloof daarin nooit voorgoed mag verliezen.’ Het bewuste fragment, integraal overgenomen:

……Ja, de weg van de mensheid naar rechtvaardigheid, vrijheid en geluk was soms werkelijk afschuwelijk. En slechts een diep vertrouwen in de overwinning van het licht en het verstand op deze zwarte stompzinnigheid kon verhinderen dat de mensen door een gevoel van wanhoop overweldigd werden. Maar de kracht van het menselijk geweten is toch zó groot, dat men het geloof daarin nooit voorgoed mag verliezen.

Een vriend van me, die ook schrijver is, vertelde me onlangs een wonderbaarlijk verhaal.

Hij was in Letland opgegroeid en sprak goed Lets. Vlak na de oorlog zat hij eens in het boemeltje dat van Riga naar zee reed. Tegenover hem in de coupé zat een oude, bedaarde somber kijkende Let. Ze raakten op de een of andere manier met elkaar in gesprek en de oude baas vertelde het volgende verhaal: ‘Moet u eens luisteren, ik woon aan de rand van de stad Riga. Vóór de oorlog kwam er een man naast me wonen, een heel slecht mens, ik zou zelfs zeggen: een eerloos en boosaardig wezen, dat zich met speculaties bezighield. U weet ook wel dat zulke mensen geen hart en geen geweten hebben. Sommigen zeggen, speculatie is gewoon verrijking. Maar hoe? Ten koste van menselijk leed, van kindertranen, zelden van inhaligheid!

Hij speculeerde samen met z’n vrouw. Ja….Toen werd Riga door de Duitsers bezet. Die dreven alle Joden samen in een getto; een gedeelte ervan brachten ze om ’t leven en de rest lieten ze gewoon van honger doodgaan. Het hele getto was afgezet en geen kat kon eruit. Wie zich op vijftig pas afstand van de wachtposten waagde, werd op staande voet neergeknald. De Joden, vooral de kinderen, stierven elke dag bij honderden, en toen kreeg mijn buurman ineens een goed idee- hij wilde namelijk een kar met aardappelen vullen, de Duitse wachtposten “iets in de hand drukken”, het getto binnenrijden en de aardappelen daar tegen waardevolle voorwerpen inruilen, want, er werd gezegd dat de in het getto opgesloten Joden nog veel waardevolle bezittingen hadden. Dat deed hij dus. Voordat hij vertrok kwam ik hem op straat tegen, en weet u wat hij zei: “ik zal alleen aardappelen ruilen met de vrouwen, die kinderen hebben”.

“Waarom?”, vroeg ik.

“Omdat ze voor hun kinderen alles over hebben en zodoende kan ik driemaal zoveel verdienen”.

Ik zweeg, maar dat kwam me dan ook al duur te staan. “Kijkt u maar”.

De Let nam de pijp, die intussen was uitgegaan, uit zijn mond en wees naar zijn tanden waarvan er een paar ontbraken. “Ik zweeg, maar ik beet zó hard op de pijp, dat hij kapot ging, samen met twee tanden. Men zegt weleens dat iemand het bloed naar het hoofd stijgt. Ik weet het niet. Mij steeg het bloed in elk geval niet naar het hoofd, maar naar mijn handen, mijn vuisten,die zó zwaar werden, alsof ze van ijzer waren. En als ik niet meteen was weggelopen, dan had ik hem misschien in één klap doodgeslagen. Ik denk dat hij het voelde, want hij sprong achteruit en liet als een bunzing zijn tanden zien….

Maar dat is niet zo belangrijk. –’s Nachts laadde hij zijn kar vol met zakken aardappelen en reed naar het getto in Riga. De wachtposten hielden hem tegen maar u weet dat slechte mensen elkaar vanaf het eerste moment goed begrijpen. Hij kocht de wachtpost om. Die zei tegen hem: ‘Je bent een stommeling. Je kunt doorrijden, maar die daar binnen bezitten niets dan een lege maag. Je zult weer met je rotte aardappelen terugkomen. Daar durven wij alles om te verwedden.’

In het getto reed hij de binnenplaats van een groot huis op. Vrouwen en kinderen dromden samen rond de lading aardappelen en keken zwijgend toe, hoe hij de eerste zak opende. Er stond ook een vrouw met eed dood jongetje op haar arm. Ze stak hem een kapot, gouden horloge toe. “Waanzinnige”, schreeuwde de man ineens. “Waar heb je nog aardappelen voor nodig? Hij is al lang dood. Ga weg!” Zelf heeft hij later verteld dat hij niet wist wat hem ineens overkwam. Hij klemde zijn tanden stevig op elkaar, trok de touwtjes van de zakken los en schudde de aardappelen uit over de grond. “Snel”, schreeuwde hij tot de vrouwen. “Kom op met jullie kinderen. Ik rijd ze naar buiten. Maar ze moeten verdorie wel stilliggen en hun mond houden. Snel.” De moeders stopten hun geschrokken kinderen vlug in de zakken, en hij bond ze weer stevig dicht. U begrijpt wel dat de vrouwen niets eens tijd hadden om hun kinderen te omhelzen. En dat terwijl ze wisten dat ze hen nooit meer zouden zien. Hij laadde de kar vol met zakken, waar de kinderen in zaten, liet enkel aan de kant een paar zakken met aardappelen staan en reed weg. De vrouwen kusten de smerige wielen van zijn kar. Hij schreeuwde zonder om te kijken met luide stem tegen de paarden, omdat hij bang was dat één van de kinderen zou gaan huilen en alles zou verraden. Maar de kinderen hielden zich rustig.

Dezelfde wachtpost zag hem al van verre en riep: “nou heb ik je niet gezegd dat je een stommeling bent? Donder op met je stinkende aardappelen, voordat de luitenant komt.”

Hij reed langs de wachtpost en ging daarbij op de meest smerige manier te keer tegen “die jodenbedelaars en hun vervloekte kinderen”. Hij reed niet naar huis, maar ging regelrecht over eenzame landweggetjes naar de bossen voorbij Toekoms, waar onze partizanen stonden, gaf de kinderen aan hen over en zij verstopten hen op een veilige plaats.. Tegen zijn vrouw zei hij dat de Duitsers hem z’n aardappelen hadden afgenomen en hem twee dagen onder arrest hadden gehouden. Toen de oorlog voorbij was, liet hij zich scheiden en ging uit Riga weg.’

De oude Let zweeg.

‘Nu weet ik’, zei hij, en daarbij glimlachte hij voor het eerst, ‘dat ik er slecht aan zou hebben gedaan, wanneer ik me niet had ingehouden en hem met mijn vuisten in elkaar had geramd.’…

Literair fragment en afbeelding: De Arbeiderspers. Amsterdam. Vertaald door W. Hartog.
Konstantin Paustovskij (Moskou, 31 mei 1892-14 juli 1968) is beroemd geworden door zijn biografische vertellingen van vóór, tijdens en direct na de Russische revolutie in de vorige eeuw. In ‘Begin van een Onbekend tijdperk’, hoofdstuk 26, schrijft Paustovskij over geweten, over licht in duisternis en over hoop. Het fragment komt uit het laatste deel van een hoofdstuk dat over Pogroms in Rusland gaat (Het Geschreeuw in de Nacht).

Artikel:  © Flourishh 2014
illustratie: met dank aan Unsplash.com, Greg Rakozy

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *